| |
Als je vader of je moeder doodgaat of je broer of zus,
terwijl je zelf nog kind bent is dat erg. Eigenlijk zijn
daar geen woorden voor. Je buik kan vol tranen zitten,
waardoor je buikpijn krijgt. Of je hoofd zit vol met
gedachten waardoor je niet goed meer kunt nadenken.
Tegen wie vertel je wat je dwars zit?
Tegen de andere ouder?
Ja, maar die heeft al zoveel verdriet.
Tegen je broer of zus?
Ja, maar soms is die te klein of te groot
of heb je die niet.
Vertel je het op school?
Ja, maar daar wil je vooral gewoon zijn.
Misschien heb je een goede vriend
of vriendin die wil luisteren,
dat is dan boffen.
Kinderen houden vaak hun echte reacties op een verlies achter.
"Mijn tranen zitten aan de binnenkant" , is een veelgehoorde uitspraak.
Gevoelens van eenzaamheid en het idee anders te zijn dan anderen kan hiervan het
gevolg zijn.
Naast deze gevoelens kan een kind tegelijkertijd ook vrolijk zijn, waardoor de pijn
niet altijd zichtbaar wordt. Op den duur kunnen onverschilligheid (geen zin in school)
gelatenheid (afwezig zijn) lichamelijke klachten (hoofdpijn, misselijk, keelpijn, buikpijn)
of akelige dromen een rol gaan spelen.
Het achterhalen van "gedachtenspinsels" , dingen die ze zelf hebben bedacht
om het verhaal kloppend te maken, kan een belangrijke reden voor extra steun zijn.
Er zijn ook kinderen die zichzelf de schuld geven van een overlijden of echtscheiding.
En soms neemt een kind "innerlijke besluiten" of doet beloftes aan een stervende of
anderszins vertrekkende ouder, die in een later stadium in de weg gaan zitten.
Je kunt wachten met begeleiding tot er problemen zijn.
Je kunt deze vorm van begeleiding ook inzetten om problemen te voorkomen.
Volwassenen die in hun jeugd een verlies hebben meegemaakt, reageren enthousiast op deze
manier van werken: " Dat zou ik ook wel gewild hebben " of " Wat moet het
fijn zijn om er zo mee bezig te zijn " .
Lees verder:
Wanneer is begeleiding echt nodig?
Hoe ziet de begeleiding eruit?
|
|