| |
In het algemeen kun je stellen dat professionele hulp nodig is als
een kind vastloopt in een rouwproces. Er kan dan sprake zijn van de
volgende aanhoudende verschijnselen.
|
Regressie
|
|
uw kind valt terug in gedrag wat niet past bij de leeftijd
|
|
Gedragsverandering
|
|
uw kind dat druk was wordt stil of omgekeerd
|
|
Concentratieproblemen
|
|
uw kind presteert minder op school en maakt een afwezige indruk of wil niet naar school
|
|
Slaapproblemen
|
|
uw kind kan niet inslapen, wordt regelmatig wakker of heeft last van angstige dromen of
bedplassen
|
|
Piekerproblemen
|
|
uw kind maakt zich overal zorgen om, voelt zich onveilig en durft geen
nieuwe uitdagingen aan
|
|
Lichamelijke problemen
|
|
uw kind heeft vaak hoofdpijn, keelpijn, buikpijn of last van
misselijkheid, terwijl daar geen lichamelijke oorzaak voor te vinden is
|
Deze klachten hebben een signaalfunctie als ze na verloop van tijd optreden en niet
aanwezig waren voor het verlies. Na een overlijden of echtscheiding
kunnen deze klachten tijdelijk onderdeel zijn van een normaal verlopend rouwproces.
Een kwetsbaar kind of een kind dat al eerder verliezen heeft geleden,
kan gebaat zijn met begeleiding direct na een overlijden. Vooral als u als ouder onzeker bent
of niet in staat bent om uw kind de juiste ondersteuning te geven, kan het vroeg
inschakelen van hulp zinvol zijn.
Soms ontstaan pas later problemen. Een kind is dan in een
nieuwe levensfase gekomen en opgelopen tegen nieuwe vragen en
emoties of het heeft het rouwen als het ware uitgesteld. Het moet zich
dan opnieuw verhouden tot het verlies. Het uitstellen van rouw is vaak
aan de orde in de puberteit, een puber wil niet stilstaan bij
verliezen. Enige druk om toch hulp te zoeken kan dan nodig zijn.
|
|